De Tien geboden

1. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
2. U zult voor uzelf geen beeld maken, [geen] enkele afbeelding [van] wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en vierde [geslacht] van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.
3. U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.
4. Gedenk de sabbatdag, dat [u] die heiligt. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. [Dan] zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, [noch] uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.
5. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.
6. U zult niet doodslaan.
7. U zult niet echtbreken (overspel).
8. U zult niet stelen.
9. U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
10. U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn slaaf, noch zijn slavin, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.

SAMENGEVAT:
1. Geen andere goden
2. Geen beelden
3. Geen ijdel gebruik van Gods naam
4. Zondags heiliging
5. Ouders eren
6. Niet doodslaan
7. Niet echtbreken
8. Niet stelen
9. Niet liegen
10. Niet begeren